Wanneer ik huil in je armen, omdat ik niet weet hoe ik je kan vertellen over de sensualiteit van de Aarde.
Wanneer ik je duizend woorden zeg, omdat ik wanhopig zaadjes aan het zaaien ben.
Wanneer ik me verstop onder de dekens, omdat ik bang ben voor die grote boze maatschappij die olierampen en oorlogen laat gebeuren.
Zul je dan naar me kijken met ogen die zien?
Zie je al haar gezichten in mij?
de Vrouw
de Priesteres
het Kleine Meisje
de Grote Moeder
de Minnares
Kunstenares
Jouw Geliefde zal ik dan zijn
jouw geliefde, voor dit moment.
En wanneer je in mij ook de pijn durft te zien
Het verdriet, het gemis en het verlangen.
Wanneer ik me brullend, krijsend, jammerend op de aarde stort
Zul je dan naar me kijken met ogen die zien?
Alleen dan zal ik naakt voor je knielen
Met dijen als zeeën.
Borsten als bergtoppen.
Haren als de wilde manen van een merrie.
Daar waar de regen ons bevruchten zal.
Mijn handend wild woelend in haar modderpoel.
Daar waar de sluiers verdwijnen.
jij je ogen opent, misschien voor de eerste keer.
Verwonderd en ontbloot.
En zul je met me dansen daar?
Dansen in het maanlicht?
Waar niemand ons ooit weer vinden zal?
Zul je met me dansen daar?
Geef een reactie